Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (2011)
Door het Verdrag moeten Europese landen maatregelen nemen ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en dit op vier grote domeinen: de preventie van geweld, de bescherming van slachtoffers, de vervolging van daders en de ontwikkeling van geïntegreerde, globale en gecoördineerde beleidsmaatregelen.

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (2011)

Door het Verdrag moeten Europese landen maatregelen nemen ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en dit op vier grote domeinen: de preventie van geweld, de bescherming van slachtoffers, de vervolging van daders en de ontwikkeling van geïntegreerde, globale en gecoördineerde beleidsmaatregelen.

De Vrouwenraad vertaalde een flyer van de Raad van Europa met een samenvatting van de volledige tekst van het Verdrag.

België ondertekende het Verdrag op 11 september 2012 en ratificeerde het op 14 maart 2016.  Het Verdrag heeft betrekking op federale, gewestelijke en gemeenschapsbevoegdheden.

Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen is officieel aangeduid als het orgaan dat verantwoordelijk is voor de coördinatie, uitvoering, opvolging en evaluatie van de Belgische beleidslijnen en maatregelen in het kader van dit verdrag.

Voor de vrouwenbeweging is het Verdrag een werkinstrument om het beleid in België en Vlaanderen op te volgen en om aanbevelingen te formuleren.

België heeft op 15 februari 2019 zijn eerste staatsrapport (FR) officieel ingediend bij de Raad van Europa.  Wat er met dit rapport gebeurt kan u lezen onder het trefwoord geweld bij de rubriek ‘GREVIO Evaluatierapport geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in België’

 

Download documenten :

(Online) geweld tegen vrouwen: een eeuwenoud verschijnsel in een nieuw jasje
Als masterstudente Gender en Diversiteit verrichte Gaëlle Mortier (VUB-studente Gender en Diversiteit) in samenwerking met de Vrouwenraad een kleinschalig onderzoek naar cybergeweld in Vlaanderen, aangezien gegevens op Vlaams niveau eerder schaars zijn. Ze interviewde een twaalftal vrouwen die in Vlaanderen enige bekendheid genieten, waaronder politica’s, actrices, presentatrices en journalistes, en trachtte hierbij vanuit een intersectionele benadering oog te hebben voor de verschillende sociale kenmerken (etniciteit, leeftijd, beroep) die iemands online-ervaringen vormgeven.

 Het hoeft niet te verbazen dat op sociale media het er soms hard aan toegaat. De afgelopen jaren brachten een toenemende ongerustheid met zich over de online gedaante waarin geweld tegen vrouwen zich voor doet. Ook de Vrouwenraad maakt zich steeds meer zorgen over cyberagressie tegen vrouwen, en terecht, zo blijkt. Het Europees Instituut voor gendergelijkheid kaartte al eerder aan dat vrouwen in vergelijking met mannen buitenproportioneel het doelwit zijn van bepaalde vormen van cybergeweld. Zo zouden vrouwen meer kans hebben om ernstige en aanhoudende vormen van onlineagressie te ervaren, zoals stalken, fysieke bedreigingen en seksuele intimidatie, terwijl mannen vaker het slachtoffer zijn van “milde” vormen van online geweld, zoals schelden en spot. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is dergelijk geweld niet uitzonderlijk en episodisch, maar in vele gevallen een dagelijkse gebeurtenis in het online leven van vrouwen en meisjes wereldwijd. Zo stelt een enquête van het Europees Bureau voor de Grondrechten (FRA) dat één op de vijf vrouwen in de Europese Unie een vorm van cyberintimidatie heeft meegemaakt. Vooral vrouwen die in de publieke belangstelling staan, zouden een verhoogde kans hebben om het mikpunt te worden van cyberagressie. Denk maar aan journalisten, politica’s en feministen. Tegelijkertijd blijkt uit een Nederlands onderzoek  dat niet-westerse, allochtone vrouwen vaker in aanraking komen met cyberpesten dan westerse, autochtone vrouwen. Als masterstudente Gender en Diversiteit verrichte ik in samenwerking met de Vrouwenraad een kleinschalig onderzoek naar cybergeweld in Vlaanderen, aangezien gegevens op Vlaams niveau eerder schaars zijn. Ik interviewde een twaalftal vrouwen die in Vlaanderen enige bekendheid genieten, waaronder politica’s, actrices, presentatrices en journalistes, en trachtte hierbij vanuit een intersectionele benadering oog te hebben voor de verschillende sociale kenmerken (etniciteit, leeftijd, beroep) die iemands online-ervaringen vormgeven.

 

Online geweld tegen vrouwen: voorbij de inhoud

Alle respondenten van het onderzoek gaven aan ooit al met een vorm van online intimidatie in aanraking te zijn geweest. Dit kan gaan van een kwetsende Facebook-reactie tot zelfs doodsbedreigingen en het ongewenst toegestuurd krijgen van seksueel beeldmateriaal. Wat opviel doorheen het onderzoek is de overheersende nadruk op uiterlijke kenmerken en het gebrek aan inhoudelijk debat in het cybergeweld gericht deze vrouwelijke bekendheden. Een ruim overwicht van deze vrouwen verklaarde vooral geconfronteerd geweest te zijn met commentaren over hun voorkomen zoals dik, lelijk of te schaars gekleed te zijn. Ondanks een democratisering van het internet tonen deze getuigenissen aan dat de eeuwenoude focus op het vrouwenlichaam in de online wereld verder leeft. Tegelijkertijd wezen meerdere vrouwen op de onderschatte impact van online geweld. Vanuit een patriarchale ideologie kan de minimalisering van digitaal geweld begrepen worden als een voortzetting van de minimalisering van seksueel geweld in het algemeen. Indien online intimidatie dan toch gericht is op de beroepsmatige capaciteiten van deze vrouwen, worden deze systematisch ondergraven. De respondenten gaven aan dikwijls verweten te zijn geweest niets van hun job te kennen en worden daarbij steevast lager ingeschat dan mannen. Opvallend hierbij zijn de vele verwijzingen naar een traditionele moederrol. Deze bevinding onderschrijft een belangrijk kenmerk van online geweld: de poging om vrouwen het zwijgen op te leggen en hun betrokkenheid in het publieke debat te beperken. De interviews tonen eveneens aan dat digitale agressie zich dikwijls manifesteert op een intersectionele manier. Online geweld op basis van gender is gelijktijdig verstrikt met andere vormen van intimidatie op basis van leeftijd, etniciteit en religie. Zo wakkert bijvoorbeeld het zichtbaar praktiseren van een geloofsovertuiging online intimidatie extra aan. De intersectie van meerdere gemarginaliseerde sociale categorieën intensifieert op die manier het cybergeweld, aangezien verschillende vormen van intimidatie gelijktijdig plaatsvinden. Cyberagressie mag dan wel een relatief recent fenomeen zijn, ze stamt af van reeds lang bestaande traditionele machtsstructuren in de samenleving, waaronder op gender, religie en ras gebaseerde vooroordelen.

 

Online geweld beperkt zich niet tot de cyberruimte

De tweedeling tussen de online en offline sfeer is niet langer houdbaar wanneer we over online geweld spreken. Zo vertaalde in enkele gevallen een kwetsbaarheid in de cyberspace zich van een on- naar een offline schandpaal, bijvoorbeeld wanneer internetgebruikers opriepen om een respondent ook in het echte leven de huid vol te schelden. Een meerderheid van de vrouwen ervoer bovendien een negatieve psychische impact ten gevolge van online geweld. Daarnaast percipieerden de vrouwen hun eigen kwetsbaarheid online breder dan een individuele aangelegenheid en verwezen daarbij naar de negatieve invloed op hun familiale omgeving, vriendenkring en professionele context. Verder gaven de respondenten aan zeer voorzichtig met sociale media om te springen en een zekere neutraliteit na te streven. Cybergeweld beledigt dus niet alleen vrouwen, maar kan eveneens hun recht op vrije meningsuiting ondermijnen. Deze zelfcensuur belemmert vrouwen hun rechten en vrijheden uit te oefenen en dit kan bijgevolg schadelijk zijn voor de samenleving als geheel. Cybergeweld is met andere woorden geen verschijnsel dat losstaat van de ‘echte wereld’, maar heeft wel degelijk gevolgen in de niet-virtuele ruimte, zowel op individueel als maatschappelijk niveau.

 

Copingstrategieën: meer dan slechts slachtoffers

De publieke figuren bleken overwegend vluchtreacties te hanteren om zich te weren tegen cybergeweld. Het zich distantiëren van online geweld door onder andere het negeren, verwijderen of blokkeren van aanstootgevende inhoud en gebruikers bleek de meest prominente copingstrategie. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat niet alle respondenten die een vorm van digitaal geweld hebben ervaren, zichzelf als slachtoffer zagen. Ondanks hun kwetsbaarheid zijn de respondenten sterk gemotiveerd hun publieke rol te vervullen, wat wijst op een zekere veerkrachtigheid. De respondenten ondermijnen op die manier het diep ingewortelde stereotype van vrouwen als slechts slachtoffers van technologieën. Wat opvalt doorheen de onderzoeksresultaten is de discrepantie tussen enerzijds de quasi-consensus van de respondenten over de maatschappelijke voedingsbodem van cybergeweld en anderzijds de neiging om zelf terug te vallen op individuele en kortetermijnstrategieën. Zo wezen de vrouwen cybergeweld toe aan een toenemende politieke polarisatie, een verankerde patriarchale ideologie en aan de sociale en klassieke media die zouden profiteren van stereotiepe presentaties en cyberaanvallen zouden faciliteren. Tegelijkertijd distantiëren de respondenten zich voornamelijk van dit geweld en trachten ze het te normaliseren door onder andere het gebruik van humor. Hoewel online geweld tegen vrouwen dus zou deel uitmaken van een breder collectief sociaal probleem manifesteren de gevolgen zich voornamelijk op een individueel affectief niveau. Het huidige tekort aan maatschappelijke handvatten lijkt de patriarchale gedachte -dat seksuele intimidatie geen publieke aangelegenheid is maar in plaats daarvan dient te worden geïndividualiseerd en in de privésfeer te worden opgenomen- te bevestigen. Het voorstellen van online geweld als een individuele kwestie gaat uit van de naïviteit en aansprakelijkheid van het vrouwelijke slachtoffer. Wanneer de verantwoordelijkheid slechts bij het slachtoffer ligt, verandert er niets aan de genderdiscriminatie die aan de basis ligt van het probleem.

 

En nu?

De veelzijdige natuur van online geweld en de verschillende manieren waarop het zich manifesteert betekent dat er geen pasklaar antwoord bestaat en duidt op de noodzaak aan een breed scala van strategieën. Het bestrijden van online geweld tegen vrouwen vereist dan ook een combinatie van technische, juridische en sociale oplossingen. Ten eerste zou een wijziging van de Grondwet, waardoor seksistische drukpersmisdrijven niet langer voor een hof van assisen dienen te verschijnen, de strafrechtelijke vervolgingsmogelijkheden verruimen [De Grondwet moet worden aangepast om haatspraak tegen vrouwen of transgender personen tegen te gaan [webpagina]] en een signaal geven dat het online geweld tegen vrouwen niet tolereert. Haatspuiers die zich tegen vrouwen richten, kunnen nu nog al te vaak straffeloos handelen. Ten tweede is er meer participatie van vrouwen en etnisch-culturele minderheden nodig aan de besluitvorming en de vormgeving van de ICT-industrie. Op die manier kunnen zij het beleid en de institutionele praktijken die de straffeloosheid en tolerantie ten aanzien van gendergerelateerd geweld bestendigen, beïnvloeden. Personen in bevoorrechte posities, zoals witte mannen uit de middenklasse, hebben technologieën grotendeels ontwikkeld zonder rekening te houden met de potentieel schadelijke gevolgen van deze technologieën voor ‘andere’ individuen en groepen. Een laatste suggestie en misschien wel de belangrijkste is de algemene mentaliteitswijziging die nodig is om de idee van onvermijdelijkheid van intimidatie en haat op het internet te verwerpen. Maatschappelijke bewustwording is essentieel om het probleembesef onder burgers te doen groeien. Het is van belang verschillende professionals, zowel in het onderwijs, de hulpverlening, als bij de politie, te trainen om online seksuele intimidatie tijdig te signaleren en aan te pakken. Preventiestrategieën dienen eveneens individuen aan te moedigen en instrumenten te bieden om als omstaanders slachtoffers te steunen en aanstootgevende inhoud te melden. Tot slot kunnen alle mannen een invloed hebben op de cultuur die andere mannen toelaat daders te zijn. Effectieve geweldpreventie bij mannen stelt het discours en de overtuigingen die geweld ondersteunen aan de kaak, daagt patriarchale machtsrelaties uit en promoot alternatieve constructies van mannelijkheid en gender die geweldloosheid en genderrechtvaardigheid bevorderen. Wanneer het beleid een duidelijke boodschap van aansprakelijkheid van daders en omstaanders uitdraagt en de verantwoordelijkheid dus niet enkel bij de slachtoffers van cybergeweld komt te liggen, is een culturele verandering mogelijk.

 

Download documenten :
Dossier: (Online) geweld tegen vrouwen: een eeuwenoud verschijnsel in een nieuw jasje
Literatuurlijst: (Online) geweld tegen vrouwen: een eeuwenoud verschijnsel in een nieuw jasje
Interessante Links :
Masterproef Gaëlle Mortier: ONLINE KWETSBAARHEID VAN BEKENDE VROUWEN IN VLAANDEREN
Daderprogramma’s intrafamiliaal en seksueel geweld
België ratificeerde in 2016 het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, het zogenaamde Verdrag van Istanbul (2011). De overheden in ons land moeten nog heel wat artikels van het Verdrag verder omzetten in concrete maatregelen.

Daderprogramma’s intrafamiliaal en seksueel geweld

België ratificeerde in 2016 het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, het zogenaamde Verdrag van Istanbul (2011). De overheden in ons land moeten nog heel wat artikels van het Verdrag verder omzetten in concrete maatregelen.
Eén daarvan is artikel 16 ‘Preventieve interventie en behandelprogramma’s’. Voor plegers van seksueel en intrafamiliaal geweld (IFG) zijn er in Vlaanderen daderprogramma’s beschikbaar maar ze kunnen nog wat bijgestuurd worden op het vlak van genderperspectief, kwantitatief en kwalitatief aanbod. Andere aandachtspunten zijn bemiddeling en daderprogramma’s als alternatief voor of als aanvulling op een veroordeling.
 

De Vrouwenraad maakte hierover een dossier met aanbevelingen. We maakten ook een overzicht van hoe andere landen in Europa hun daderprogramma’s uitwerken en toepassen: Intervention and treatment programmes for perpetrators of domestic and sexual violence in European countries (2021)
 

Download documenten :


De coronacrisis verhoogt het armoederisico van alleenstaande moeders en hun kinderen
We weten al langer dat éénoudergezinnen zeer kwetsbaar zijn om in armoede te vallen in België. Maar liefst 41,3 % leeft op of onder de armoederisicogrens. Dat is vier keer zo veel ten opzichte van huishoudens met twee volwassenen. Bovendien gaat vooral over alleenstaande moeders (80%). De huidige coronacrisis treft deze alleenstaande moeders en hun kinderen eens zo hard. Zij die werken en op technische werkloosheid kwamen te staan gaan nu van ‘net rondkomen’ naar beginnend ‘verzuipen’. Zij die van een uitkering leven zien zich geconfronteerd met een gestegen levenskost: voeding is duurder geworden (verse groenten en fruit) en er is door het hamsteren een tekort van de goedkoopste basisproducten (toiletpapier, bloem, melk, …). De energiekosten en waterverbruik lopen op door de quarantaine. De Vrouwenraad breekt een lans voor alleenstaande moeders en hun kinderen in de strijd tegen (kinder)armoede.

We weten al langer dat éénoudergezinnen zeer kwetsbaar zijn om in armoede te vallen in België. Maar liefst 41,3 % leeft op of onder de armoederisicogrens. Dat is vier keer zo veel ten opzichte van huishoudens met twee volwassenen. Bovendien gaat vooral over alleenstaande moeders (80%). De huidige coronacrisis treft deze alleenstaande moeders en hun kinderen eens zo hard. Zij die werken en op technische werkloosheid kwamen te staan gaan nu van ‘net rondkomen’ naar beginnend ‘verzuipen’. Zij die van een uitkering leven zien zich geconfronteerd met een gestegen levenskost: voeding is duurder geworden (verse groenten en fruit) en er is door het hamsteren een tekort van de goedkoopste basisproducten (toiletpapier, bloem, melk, …). De energiekosten en waterverbruik lopen op door de quarantaine. De Vrouwenraad breekt een lans voor alleenstaande moeders en hun kinderen in de strijd tegen (kinder)armoede.

Download documenten :
De coronacrisis treft vooral alleenstaande moeders en hun kinderen. Stijgende sociale ongelijkheid is vrouwelijk.
Femi(ni)cide
Femi(n)cide is de meest extreme vorm van geweld tegen vrouwen: de moord op vrouwen omdat ze vrouw zijn. In de Belgische juridische wetteksten heeft ‘femicide - feminicide - vrouwenmoord’ zijn plaats (nog) niet gevonden. Naar aanleiding van onze rondetafel over femi(ni)cide in het federaal parlement op 14 februari 2020 stelden we een dossier op met aanbevelingen.

Femi(ni)cide

Femi(n)cide is de meest extreme vorm van geweld tegen vrouwen: de moord op vrouwen omdat ze vrouw zijn. In de Belgische juridische wetteksten heeft ‘femicide - feminicide - vrouwenmoord’ zijn plaats (nog) niet gevonden. Naar aanleiding van onze rondetafel over femi(ni)cide in het federaal parlement op 14 februari 2020 stelden we een dossier op met aanbevelingen.

Download documenten :
Vrouwenraaddossier feminicide 2020
Feministische economie – visietekst 2018
Als feministen streven we naar een socio-economisch model dat zorg voor onszelf, voor elkaar en voor de planeet centraal plaatst. We staan voor een maatschappij waar vrouwen en mannen hun eigen werk en leven kunnen bepalen, ongehinderd door genderstereotypen, waar ongelijkheid en armoede geen plaats kennen en waar niemand achterblijft.

Feministische economie – Visietekst Vrouwenraad 2018

Anno 2018 leven we nog steeds in een maatschappij met structurele ongelijkheden tussen vrouwen en mannen. Dat uit zich onder andere op de arbeidsmarkt: vrouwen werken vaker (onvrijwillig) deeltijds, combineren hun job met meer uren zorg voor kinderen, ouderen of personen met een handicap dan mannen en zetten hun carrière vaker op een lager pitje om alles rond te krijgen. Sommige groepen vrouwen zijn extra kwetsbaar. Ze krijgen te maken met dubbele discriminatie, niet alleen op basis van hun vrouw-zijn maar ook omdat ze in armoede leven, een migratieachtergrond hebben of alleenstaande moeder zijn.

De Vrouwenraad wil deze ongelijkheden bestrijden met de introductie van een ander model om onze maatschappij en democratie in te richten. Als feministen streven we naar een socio-economisch model dat zorg voor onszelf, voor elkaar en voor de planeet centraal plaatst. We staan voor een maatschappij waar vrouwen en mannen hun eigen werk en leven kunnen bepalen, ongehinderd door genderstereotypen, waar ongelijkheid en armoede geen plaats kennen en waar niemand achterblijft. Ieder van ons moet zich in alle levensfasen zo evenwichtig mogelijk kunnen ontwikkelen op persoonlijk, sociaal, materieel en financieel vlak. Dit is wat wij een feministische economie noemen.

In wat volgt zullen we de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt historisch kaderen, het socio-economisch model dat wij bepleiten (het samenlevingsmodel met een collectieve arbeidsduurvermindering) beargumenteren, de tussenstappen (versterking van de mogelijkheden tot zorgverlof) en de omkaderende maatregelen (gratis, toegankelijke en kwalitatieve kinderopvang) van dit ‘ideale’ model toelichten en ten slotte een specifieke aanpak voor kwetsbare vrouwen voorstellen.

De structurele ongelijkheden tussen vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt zijn het resultaat van historische dynamieken. In de jaren ’50 van de vorige eeuw promootten de meeste West-Europese overheden het mannelijke kostwinnersmodel als basis voor de ontwikkeling van de welvaartsstaat. Mannen waren de kostwinners en gezinshoofden, vrouwen bleven thuis om voor de kinderen en het huishouden te zorgen. Een erg onevenwichtige verdeling, met financiële afhankelijkheid van vrouwen als gevolg. Vanaf de jaren ’70 traden meer vrouwen toe tot de arbeidsmarkt, vooral dan in deeltijdse jobs. De overheid en sociale partners bouwden in het begin van de jaren ‘80 – een periode van hoge werkloosheid – deeltijds werk sterk uit om de jobs te herverdelen. Dit gebeurde vooral in sectoren waar veel vrouwen werkten (bijvoorbeeld de distributiesector, de schoonmaak, de horeca, de zorgsector). De ‘anderhalve job per gezin’ was volgens de overheid dé oplossing om gezin en werk beter te kunnen combineren en tegelijk konden de tewerkstellingscijfers wat opgekrikt worden.

De gevolgen van deze modellen zijn tot op vandaag voelbaar. De loonkloof in België op jaarbasis bedraagt nog steeds 21 %. Van de vrouwen die werken, doet 43,9 % dat deeltijds, in vergelijking met 9,6 % van de werkende mannen. Bij de 25- tot 44-jarigen is 88,5 % van de deeltijds werkende ouders een vrouw. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in sectoren waar deeltijdse jobs de norm zijn (bijvoorbeeld in de schoonmaaksector en zorg) en de lonen in verhouding laag zijn. De financiële afhankelijkheid van vrouwen blijft groot op die manier. De loonkloof vertaalt zich vervolgens in een pensioenkloof, die nog breder wordt omdat de hervormingen van de huidige regering de vrouwen proportioneel hard treffen.

Het samenlevingsmodel van de Vrouwenraad wil deze structurele problemen bij de wortels aanpakken. Ieder individu moet een evenwichtige combinatie kunnen maken tussen werk, gezin, zorg voor ouderen of personen met een handicap, vrijwilligerswerk, vorming en opleiding, vrije tijd en zelfontplooiing. De balans tussen de verschillende dagelijkse activiteiten staat centraal in ons model. Dit in tegenstelling tot andere modellen waar de kostwinner, de anderhalve verdieners of de tweeverdieners centraal staan.

Een goeie balans tussen werk, gezin en ontspanning, is enkel mogelijk als we met meer mensen minder uren gaan werken. Het samenlevingsmodel van de Vrouwenraad stelt daarom een ‘volwaardige’ baan van 30u per week voorop.

In de twintigste eeuw voorspelden verschillende economen dat de toenemende welvaart en de verhoogde productiviteit zouden leiden tot een collectieve arbeidsduurvermindering. De toonaangevende econoom John Maynard Keynes meende zelfs dat we in 2030 nog maar 15 uur per week zouden werken. De realiteit is echter anders. Tot de jaren ’70 van de vorige eeuw was er inderdaad een daling in de wekelijkse arbeidsduur door collectieve arbeidsovereenkomsten. Sindsdien verschoof de focus van collectieve naar individuele maatregelen zoals de stelsels van loopbaanonderbreking/tijdskrediet. Hoewel deze stelsels een aantoonbaar nut hebben, valt het op dat vooral vrouwen hiervan gebruikmaken. De ongelijke verdeling van de zorgtaken en het ongelijk loon, gebaseerd op genderstereotypen, zorgen ervoor dat vrouwen vaker een stap terug zetten om de zorg voor kinderen, personen met een handicap of ouderen gecombineerd te krijgen. Een collectieve arbeidsduurvermindering naar een werkweek van 30 uur zal daarom een positief effect hebben op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt.

De kortere werkweek zal eveneens bijdragen tot een beter maatschappelijk en individueel evenwicht tussen arbeid en zorg. Zorg is een belangrijke schakel in ons bestaan en voortbestaan als mens en verdient de nodige waardering. Daarom pleit de Vrouwenraad voor minder uren werk zodat we terug beter kunnen zorgen. Niet alleen voor elkaar maar ook voor onszelf. Onze drukke agenda’s en de hoge werkdruk laten weinig ruimte voor zelfontplooiing en ontspanning, voor vrijwilligerswerk of een ander (sociaal) engagement. Dit ten koste van onze gezondheid, ons welzijn, de sociale cohesie en het samenleven in een diverse maatschappij.

We moeten niet alleen meer zorgen voor onszelf en elkaar, maar ook voor onze planeet. Een kortere werkweek zal een positief effect hebben op ons energieverbruik en het milieu. De grote tijdsdruk die we ervaren, beïnvloedt onze levenskeuzes: snelle kant-en-klare maaltijden, voorgesneden groenten, de auto voor verplaatsingen, reizen met het vliegtuig, elektronische apparaten… Die keuzes hebben een impact op het milieu en verhogen de broeikasgassen. Als we collectief minder gaan werken, kunnen we andere, meer duurzame keuzes maken. Een moestuintje onderhouden, vers eten bereiden, naar de groentenmarkt gaan, met de trein of bus reizen… We moeten eindelijk, zoals John Maynard Keynes voorspelde, onze productiviteitsgroei gebruiken om meer tijd voor onszelf te kopen. Zo kunnen we de overconsumptie en de negatieve milieueffecten een halt toeroepen.

De theoretische achtergrond van ons model leidt tot concrete beleidsvoorstellen en –maatregelen die als tussenstappen fungeren en de overgang naar de ‘ideale’ situatie - een evenwichtige combinatie tussen werk en privé - moeten faciliteren. In deze context stelt de Vrouwenraad een aantal specifieke maatregelen voor om beter te kunnen zorgen: de verlenging van de moederschapsrust, de verlenging van het geboorteverlof voor vaders en meemoeders en meer tijdskrediet voor mantelzorgers.

Ten eerste pleiten wij voor de uitbreiding van de moederschapsrust tot 20 weken, zoals voorgesteld en goedgekeurd door het Europees Parlement, maar tot op heden geblokkeerd door de lidstaten in de Europese Raad. Momenteel hinkt België achterop in Europa met 15 weken voor werknemers (min. 1 week voor de uitgerekende bevallingsdatum en 14 weken nadien). Een vrouw moet ook verplicht starten met haar moederschapsrust als ze ziek wordt in de zes weken voor de uitgerekende bevallingsdatum, zelfs als haar ziekte niet gerelateerd is aan de zwangerschap. Ze verliest dus weken na de bevalling om voor haar kind te zorgen. Dit is niet goed voor de moeder, de baby of de partner. De Vrouwenraad pleit voor de afschaffing van deze regel. Wij zijn van mening dat als een vrouw ziek wordt tijdens de 15 weken moederschapsrust (idealiter 20 weken), deze periode verlengd moet worden met het aantal dagen ziekte.

Daarnaast pleit de Vrouwenraad voor de verlenging van het geboorteverlof van vaders en meemoeders. Als vaders meer tijd krijgen om te zorgen voor hun kinderen, zal dit de gelijkheid tussen vrouwen en mannen en het evenwicht in huishoudens ten goede komen. Als eerste stap pleiten we voor 20 dagen geboorteverlof voor vaders en meemoeders, met behoud van loon, ongeacht het statuut (werknemer, ambtenaar of zelfstandige). Sommige bedrijven spelen een voortrekkersrol door vaders aan te moedigen om zorgverlof op te nemen. De Vrouwenraad spant zich in om goede praktijkvoorbeelden te ondersteunen en te promoten.

Een ander speerpunt van de Vrouwenraad is de ondersteuning van mantelzorgers. Vlaanderen zet de laatste jaren resoluut in op de vermaatschappelijking van de zorg en wil mensen zolang mogelijk thuis houden. In dat model spelen mantelzorgers een grotere rol, maar dan moet de omkadering juist zijn. Momenteel kan je maximum 51 maanden tijdskrediet opnemen om mantelzorg te bieden, terwijl we gemiddeld toch tien jaar zorgen. Ruim de helft van de mantelzorgers gaat minder werken of stopt er volledig mee. Bijna 60 % van wie blijft werken, slaagt er niet in om de arbeidstijd aan te passen. De helft van de mantelzorgers heeft het financieel moeilijk. Het moet ons niet verbazen dat veel mantelzorgers overbelast zijn en zelf kampen met fysieke en psychische gezondheidsklachten, depressieve gevoelens of in een sociaal isolement belanden. Daarbij blijft zorg grotendeels een vrouwentaak: ruim 60 tot 80 procent van de mantelzorgers zijn vrouwen. Het is dus cruciaal dat de overheid investeert om de draagkracht van mantelzorgers en de gelijkheid tussen vrouwen en mannen degelijk te ondersteunen. Wij pleiten voor meer tijdskrediet om tegemoet te komen aan de reële zorgnoden in de samenleving. Hierbij is het belangrijk dat vooral mannen gestimuleerd worden om meer zorg en tijdskrediet op te nemen, zodat vrouwen gedeeltelijk ontlast worden. Daarnaast pleiten we ook voor meer informatie over wetgeving en ziekte, meer ondersteuning bij de administratieve procedures, een ruim aanbod aan vorming en psychische ondersteuning, meer respijtzorg en flexibele werkuren en verlofregelingen voor mantelzorgers die nog beroepsactief zijn.

Naast maatregelen om beter te kunnen zorgen, moeten we ook een sterke publieke dienstverlening uitbouwen. Als we de positie en participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt willen verbeteren, is gratis, toegankelijke en kwalitatieve kinderopvang noodzakelijk. Kinderopvang heeft immers een positief effect op de tewerkstellingsgraad van moeders en de combinatie van werk, gezin en vrije tijd.

In dit hele verhaal mogen niet vergeten dat bepaalde vrouwen extra kwetsbaar zijn voor discriminatie, bijvoorbeeld door hun gezinssituatie (alleenstaand), hun cultureel-etnische afkomst, hun socio-economische situatie of een verleden met intrafamiliaal geweld. We zien dat deze discriminatiegronden elkaar vaak kruisen en versterken. Er zijn speciale maatregelen nodig om deze vrouwen naar de arbeidsmarkt toe te leiden. 

Voor deze kwetsbare vrouwen is kinderopvang bijvoorbeeld cruciaal. Toch zijn het nog steeds de goed verdienende hoogopgeleiden en de tweeverdieners die de grootste groep gebruikers vormen. Uit een onderzoek van de Vrouwenraad (2016) bleek dat 20 % van de alleenstaande moeders geen opvang vond voor minstens één of voor alle kinderen in tegenstelling tot 9 % van de globale respondentengroep. Wij dringen aan op meer opvangplaatsen. Ook moet het voorrangsbeleid uitgebreid en beter toegepast worden. 44 % van de moeders uit de meest precaire groep stelden dat ze er geen gebruik van konden maken.

Om deze groep kwetsbare moeders gericht te ondersteunen, ontwikkelde de Vrouwenraad een concreet model met methodologische begeleiding van de Karel de Grote Hogeschool en steun van de staatssecretaris voor Armoedebestrijding en de POD Maatschappelijke Integratie. Met het MIRIAM-project, dat van start ging in het najaar van 2015, wilden we alleenstaande moeders met een leefloon van het OCMW versterken. Tegenover acht vrouwen in een eenoudergezin die een leefloon ontvangen, staat slechts één man. Deze vrouwen staan helemaal niet sterk op de arbeidsmarkt en zijn vaak sociaal geïsoleerd. Met een beperkt inkomen naar een degelijke woning en betaalbare kinderopvang zoeken, brengt ook heel wat kopzorgen mee.

Het MIRIAM-project werkte in een eerste fase samen met vijf OCMW’s (Charleroi, Namen, Sint-Jans-Molenbeek, Gent en Leuven). Speciaal daartoe aangestelde casemanagers in elk van de geselecteerde OCMW’s werkten een programma uit met zowel individuele als collectieve begeleiding, vanuit een holistisch en gendersensitief perspectief. Zo werd er gewerkt aan informatie, participatie, kennen en gebruikmaken van rechten, toeleiding naar dienst- en hulpverlening en naar vorming. Ook de ontwikkeling van een kritisch bewustzijn en het werken aan verandering, zelfbeeld en zelfvertrouwen maakten deel uit van de begeleiding. Empowerment was de rode draad doorheen het geheel. Die richtte zich niet alleen op individuele ontplooiing en assertiviteit maar ook op aanbevelingen voor maatschappelijke verandering voor alleenstaande moeders vanuit hun ervaringen.

Aan het project was ook een onderzoek gekoppeld, waarin de toename van empowerment en de vooruitgang van de deelneemsters op andere vlakken werd gemeten en vergeleken met een controlegroep die de normale OCMW-begeleiding kreeg. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat meer vrouwen hun recht op onderhoudsgeld opeisten na afloop van het project. Dit is cruciaal om armoede bij alleenstaande moeders te bestrijden. Daarnaast zagen we dat één op vier vrouwen met een vorming startten op het einde van het project, in tegenstelling tot slechts 5,7 % in het begin. Aan de hand van vormingen over sollicitatievaardigheden, werk en sociale activering zetten we in op de toekomst van de vrouwen.

De ervaringen van de vijf OCMW's en de Vrouwenraad werden samen met de studieresultaten van de Karel de Grote Hogeschool gebundeld in een draaiboek/hulpmiddel dat andere OCMW's kunnen gebruiken om hun werking aan te passen. De Vrouwenraad pleit voor een gelijkaardig model in de werking van de VDAB om kwetsbare vrouwen maximaal te stimuleren op de arbeidsmarkt.

Conclusie: de Vrouwenraad wil een overheid die het oude kostwinnersmodel verwerpt en werk maakt van een nieuw, aangepast en eigentijds samenlevingsmodel. Een model waarin we betaald werk, zorg, huishouden en vrije tijd zo gelijk mogelijk onder vrouwen en mannen in al hun diversiteit verdelen. Een samenlevingsmodel waar solidariteit ten aanzien van kwetsbare groepen evenveel aandacht krijgt als economische efficiëntie, gelijkheid en vrijheid.

Magda De Meyer
Voorzitter Vrouwenraad

Bibliografie

Vrouwenraadkadertekst ‘Combinatie beroeps- en gezinsleven’, actualisering 2012

Enquêterapport van de Nederlandstalige Vrouwenraad ‘De zoektocht naar kinderopvang’, 2016

Vrouwenraaddossier ‘Stand van zaken Mantelzorg’, 2017

Methodiekenboek MIRIAM ‘Alleenstaande moeders beter begeleiden in het OCMW’, Vrouwenraad, Karel de Grote Hogeschool, POD Maatschappelijke Integratie, 2018

MIRIAM-instrument ‘Analyse, begeleidingsplan, evaluatie en empowermentmeter’, Vrouwenraad, Karel de Grote Hogeschool, POD Maatschappelijke Integratie, 2018

H. Van Hove en D. De Vos, ‘De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België. – Rapport 2017’, IGVM, Brussel, 2017

O. Pintelon, S. De Spiegelaere, N. Deschacht, ‘De kortere werkweek: werken om te leven in plaats van leven om te werken’, Poliargus paper no 2015/04, mei11 2015
 

Geboortegeweld of obstetrisch geweld
Geboortegeweld of (de wetenschappelijke term) obstetrisch geweld komt wereldwijd voor, ook bij ons. Dat weten we door getuigenissen van vrouwen en vaststellingen van onderzoekers in verschillende landen.

Geboortegeweld of obstetrisch geweld

Geboortegeweld of (de wetenschappelijke term) obstetrisch geweld komt wereldwijd voor, ook bij ons. Dat weten we door getuigenissen van vrouwen en vaststellingen van onderzoekers in verschillende landen. Het kan gaan om fysiek, verbaal en psychisch geweld of stigmatisering en discriminatie vanwege het zorgpersoneel tegenover vrouwen die gaan bevallen maar het heeft ook een dimensie op gezondheids- en beleidsniveau.

Het Vrouwenraaddossier verkent het fenomeen geboortegeweld en legt een focus op aanbevelingen van internationale instanties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, de VN-rapporteur over geweld tegen vrouwen, de Europese Commissie en het Europees Parlement.

In verschillende landen ontstaan sociale bewegingen/digitale platforms die rechten vragen voor vrouwen op het vlak van reproductieve gezondheid en rechten, ook tijdens het geboorteproces.

Het is onze bedoeling om de herkenning van obstetrisch geweld op de beleidsagenda te zetten om tot erkenning en maatregelen te komen.

Download documenten :
Vrouwenraaddossier obstetrisch geweld
Gendernieuws uit Europa 2021
Download documenten :
Gendernieuws uit Europa 2021 - 1
Goede praktijkenlijst kortere werkweek
De Vrouwenraad gelooft in gendergelijkheid binnen een zorgzame samenleving op basis van een economisch model dat gebaseerd is op welzijn voor iedereen.

Goede praktijkenlijst kortere werkweek

De Vrouwenraad gelooft in gendergelijkheid binnen een zorgzame samenleving op basis van een economisch model dat gebaseerd is op welzijn voor iedereen.

Daartoe moet de (onbetaalde) zorgarbeid opgewaardeerd en herverdeeld worden, ongeacht geslacht, genderidentiteit en -expressie, kleur, afkomst, inkomen, gezondheid, leeftijd, samenlevingsvorm,…dit in combinatie met minder werkuren voor iedereen.

De laatste jaren zijn er in Europa bedrijven en overheden die een kortere werkweek ingevoerd hebben.

In het dossier lijsten we een aantal (succesvolle) initiatieven op en besteden we ook aandacht aan denkgroepen die de mogelijkheden van de kortere werkweek bestuderen en promoten.

Vrouwenraaddossier Goede praktijkenlijst voor een kortere werkweek (2020)
 

Download documenten :
Vrouwenraaddossier Goede praktijkenlijst voor een kortere werkweek (2020)
GREVIO Evaluatierapport geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in België
Eerste Evaluatierapport van GREVIO over België: nog werk aan een echt beleid om geweld op vrouwen te stoppen

Eerste Evaluatierapport van GREVIO over België: nog werk aan een echt beleid om geweld op vrouwen te stoppen

21 september 2020

GREVIO: Het beleid rond geweld op vrouwen is relatief onzichtbaar in de Belgische politiek, funding is onvoldoende en onduidelijk, weinig of geen data uitgesplitst naar geslacht, te weinig erkenning van het feit dat geweld vrouwen extra treft, onvoldoende aandacht voor extra kwetsbare vrouwen die met meervoudige discriminatie te maken hebben, vluchthuizen zijn betalend, meer focussen op  kinderen in het geval van co-ouderschap zodat ze niet toevertrouwd worden aan daders van geweld...

België moet nog een tand bijsteken in de strijd tegen geweld op vrouwen en huiselijk geweld. Dat blijkt vandaag uit het eerste evaluatierapport van GREVIO, de onafhankelijke expertengroep die de uitvoering van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (2011) in de Europese landen opvolgt.

België ratificeerde het Verdrag in 2016 en bezorgde in 2019 een eerste landenrapport aan GREVIO. Enkele NGO’s dienden vorig jaar een schaduwrapport in over de stand van zaken van overheidsmaatregelen inzake geweld en hadden daarover een overleg met GREVIO.

GREVIO benadrukt hoe gendergerelateerd geweld tegen vrouwen relatief onzichtbaar is binnen het Belgisch beleid. Genderneutraliteit in de titels van wetten, circulaires of actieplannen wordt bestendigd of zelfs verergerd door de tendens om vrouwen en mannen op gelijke, symmetrische voet te plaatsen wat betreft de slachtoffers en de daders van de soorten geweld die onder het verdrag vallen. Genderneutraal beleid brengt het risico met zich mee dat interventies door professionals niet genderbewust zijn en dat kan leiden tot hiaten in de bescherming en ondersteuning van vrouwen. Daardoor kunnen ze nog een tweede keer slachtoffer worden.

Daarom stelde de coalitie van vrouwenorganisaties in het schaduwrapport van 2019 ook voor om een kaderwet uit te werken voor gendergerelateerd geweld, die ook alle vormen van geweld op vrouwen omvat, zowel openbaar als privé. Deze kaderwet zou niet alleen moeten voorzien in de juridische vervolging en behandeling van de daders maar ook in mechanismen voor bescherming, ondersteuning en herstel van slachtoffers, en in preventiemaatregelen van deze vormen van geweld. Dit betekent voor ons ook een wijziging van het huidig wettelijk kader in functie van de vereisten van het Verdrag van Istanbul.

Bovendien, stelt GREVIO in zijn evaluatierapport, is het beleid ter bestrijding van geweld tegen vrouwen traag om het probleem van meervoudige discriminatie te mainstreamen en het volledige scala van door geweld getroffen groepen aan te pakken, ook al bestaan er maatregelen om specifieke doelgroepen, zoals mensen met een handicap, te helpen.

GREVIO uit ook zijn bezorgdheid over het feit dat de financiering van het beleid ter bestrijding van geweld tegen vrouwen moeilijk te ontcijferen is en over de neerwaartse trend en/of de ontoereikendheid van de toegewezen middelen, ook wat de coördinatiemechanismen betreft. De experten van GREVIO stellen het wel de bereidheid van de overheid op prijs om steun te verlenen aan en te werken in synergie met verenigingen die gespecialiseerd zijn in de preventie van geweld tegen vrouwen, maar benadrukt tegelijk ook de verschillen in steun aan dergelijke verenigingen in het hele land, waarbij de overheid in Vlaanderen geneigd is een beroep te doen op een meer generalistische en gestructureerde sector op het gebied van welzijn, volksgezondheid en gezin. Het rapport vestigt ook de aandacht op de financiële onzekerheid waarmee deze verenigingen worden geconfronteerd en de nood aan een voldoende uitgebouwde en structurele financiering.

”De Vrouwenraad voelt zich gesterkt door het rapport van de GREVIOexperten:  België blijft in gebreke wat betreft een ècht beleid om geweld op vrouwen te stoppen. Een nieuwe federale regering zonder een prioriteit  hiervan te maken zou blijk geven van schuldig verzuim.”

Coalitie Samen tegen geweld

De Coalitie Samen tegen geweld, waarvan de Vrouwenraad lid is, en die in 2019 een Schaduwrapport aan GREVIO bezorgde, maakte alvast volgende bedenkingen via een persbericht bekend:

‘Belgie op het matje bij Europa voor aanpak geweld op vrouwen‘

De expertengroep Geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (GREVIO) inzake de uitvoering van het Verdrag van Istanbul (Verdrag inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld) heeft op 21 september 2020 zijn eerste evaluatieverslag over België publiceerd. De Coalitie "Samen tegen geweld”, die zo'n 60 terreinorganisaties hierover samenbrengt, roept de overheid op om de aanbevelingen van de Raad van Europa te integreren in een duidelijk, samenhangend en correct begroot beleid. Iets wat Belgie heeft beloofd bij de ratificatie van het Verdrag in 2016.

België moet het beter doen 
"Covid 19"-heeft nog maar eens pijnlijk duidelijk gemaakt dat de preventiemaatregelen ontoereikend zijn en dat er een gebrek is aan bijstand en steun voor vrouwen en kinderen die het slachtoffer zijn van geweld. Het Verslag van de expertengroep komt dus op het juiste moment om België te begeleiden bij het uitwerken en uitvoeren van een echt doeltreffend beleid op dit vlak. Het verslag wijst op vele structurele en concrete problemen: gebrek aan duidelijkheid in budgetten en financiële middelen, onvoldoende erkenning van de expertise van terreinorganisaties, een tekort aan aangepaste plaatsen in vluchthuizen/vrouwenopvangcentra die zelfs betalend zijn , weinig of geen data uitgesplitst naar geslacht, daderbehandeling die in zijn kinderschoenen staat, moeilijkheden bij de integratie van alle vrouwen (migrantenvrouwen, gehandicapte vrouwen, oudere vrouwen, enz.) in al hun dimensies (meervoudige discriminaties) .... De lijst is lang.

Kinderen vergeten door Belgische politici
Eén van de sterke punten van het verslag is dat de expertengroep de situatie van kinderen, die in een context van geweld tussen (ex-)partners leven, aan de kaak stelt. Deze kinderen zijn slachtoffers, of ze nu getuige zijn van geweld of worden misbruikt, met gevolgen die ernstig kunnen zijn voor hun psychische gezondheid. En toch hebben de Belgische rechtbanken en gespecialiseerde jeugdzorgdiensten de neiging om de context van geweld te vergeten als het gaat om het ouderlijk gezag en het bezoekrecht van kinderen in de context van een scheiding. De band met de vader is bevoorrecht ondanks de risico's, alsof het geweld niet bestond of op miraculeuze wijze stopte met de scheiding, of geen invloed had op de kinderen. Als ze durven te praten over het geweld dat ze ervaren, zelfs seksueel geweld, worden de woorden van de kinderen regelmatig in twijfel getrokken, net als die van de moeders. België moet optreden om deze kinderen echt te beschermen en derden, die vaak geen idee hebben wat geweld tussen (ex-)partners betekent, beter opleiden.

Beleidsmaatregelen die de genderdimensie uitwissen
België heeft de neiging om het gendergerelateerde karakter van geweld onzichtbaar te maken, zo stelt het rapport in zijn inleiding. Dat is geen geringe kritiek, want het is de basis van het Verdrag van Istanbul. België heeft zich er bij de ratificatie van dit verdrag in 2016 toe verbonden om het structurele geweld , dat specifiek gericht is tegen vrouwen, te bestrijden. De neutraliteit van België op dit vlak, ziet GREVIO als gevaarlijk: het kan leiden tot lacunes in de bescherming en ondersteuning van vrouwen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een vrouwenmoord wordt behandeld als een gewone misdaad, of erger nog, als een "liefdesrelatie" die slecht afliep. Bovendien wijst de expertengroep er sterk op dat het ontkennen van het mechanisme van dominantie bij geweld tussen (ex-)partners er maar al te vaak toe leidt dat rechters en slachtofferhulpdiensten de voorkeur geven aan bemiddeling als enige mogelijkheid, terwijl het Verdrag ‘verplichte’ alternatieve procedures voor geschillenregeling of veroordeling met inbegrip van bemiddeling en verzoening verbiedt.

Gebrek aan samenhang, ondoorzichtige budgetten en onbestaande statistieken
Het feit dat België niet echt lijkt te weten waar het tegen strijdt, namelijk structureel geweld als gevolg van een proces van historische dominantie door mannen op vrouwen, verergert nog door een gebrek aan doeltreffende coördinatie tussen de verschillende partijen. De versnippering van de coördinatie is nadelig voor de samenhang en de aanpak van het beleid en er wordt onvoldoende gevraagd naar de expertise van de terreinorganisaties. Bovendien worden dezelfde verenigingen steeds minder gesubsidieerd en is er geen garantie voor hun duurzame werking. De overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de opeenvolgende nationale actieplannen (NAP's) ter bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld, het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM), ziet zijn budget zelf van jaar tot jaar dalen. Het gebrek aan coördinatie leidt er ook toe dat België geen bruikbare statistieken heeft en dat de enquêtes over geweld te oud zijn en gebaseerd op indicatoren die de genderdimensie onzichtbaar maken, wat leidt tot onbetrouwbare resultaten.

Ondanks de acuutheid van het probleem , heeft België nog altijd geen nieuw Nationaal actieplan ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. De Coalitie "Samen tegen geweld" roept de overheid en het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen dan ook op om de aanbevelingen van GREVIO te integreren in de lopende werkzaamheden. Ook vraagt zij de verschillende parlementen deze kwestie aan te pakken, in overleg met de verenigingen van het maatschappelijk middenveld.
De Vrouwenraad als onderdeel van de Coalitie, voelt zich gesterkt door het rapport van de GREVIOexperten:  België blijft in gebreke wat betreft een ècht beleid om geweld op vrouwen te stoppen.’ “Een nieuwe federale regering zonder een prioriteit  hiervan te maken zou blijk geven van schuldig verzuim”aldus voorzitter Magda De Meyer .
 

Meer info:

GREVIO 1ste Evaluation Report

Antwoord van de Belgische overheid 

 

Het Paarse Pact
De Europese Vrouwenlobby (EWL), de grootste alliantie van meer dan 2000 niet-gouvernementele vrouwenorganisaties in de EU, heeft in 2019 haar visie op een feministisch Europa uitgebracht onder de titel 'Het Paarse Pact'. Die benaming is gebaseerd op het begrip 'Paarse Economie', dat staat voor een gendergelijke en duurzame economie.

Het Paarse Pact

De Europese Vrouwenlobby (EWL), de grootste alliantie van meer dan 2000 niet-gouvernementele vrouwenorganisaties in de EU, heeft in 2019 haar visie op een feministisch Europa uitgebracht onder de titel 'Het Paarse Pact'. Die benaming is gebaseerd op het begrip 'Paarse Economie', dat staat voor een gendergelijke en duurzame economie.

Vrouwenraad-voorzitter, Magda De Meyer, maakte deel uit van de werkgroep Feministisch Economisch Onderzoek. In haar woord vooraf pleit ze voor de overgang van onze samenleving naar een feministische economie. Dit is een economie die zorg naar waarde schat, die welzijn creëert en niet enkel welvaart, die diversiteit als een verrijking ziet, die gender- en milieuonrechtvaardigheden de wereld uit helpt en die ethische criteria hanteert voor de ontwikkeling van een wereld waar niemand achterblijft.

Terwijl de EWL met dit Paarse Pact werkt aan de verspreiding en verdieping van haar visie, werkt ze samen met leden en bondgenoten om in de toekomstige EU-strategie voor economie en banen feministische perspectieven in te brengen. Zeer gericht lobbywerk dus.

'The Purple Pact' werd door de Vrouwenraad vertaald naar het Nederlands. Een erg waardevol instrument op weg naar een andere samenleving met alle kansen voor vrouwen en mannen om gelukkig te zijn!

HetPaarsePact

Download documenten :

NMBS belooft aan Vrouwenraad en Plasactie vzw om werk te maken van meer, betere en propere toiletten in stations
NMBS bereid om op vraag van Vrouwenraad en Plasactie sanitair plan uit te werken

 

30 augustus 2018

Ieder van ons heeft een aantal basisbehoeften waar we niet omheen kunnen, zoals drinken, eten, slapen, maar ook naar het toilet gaan is daar een van. Wanneer je voelt dat het tijd is, moet je liefst zo snel mogelijk ergens terechtkunnen. Je plas en/of ontlasting ophouden kan schadelijk zijn voor je gezondheid. Zeker kinderen, zwangere vrouwen, menstruerende meisjes en vrouwen, ouderen en personen met incontinentieproblemen, een ziekte of handicap moeten vlug op een toilet geraken.

Voor jongens en mannen ligt het allemaal net wat eenvoudiger. Zij kunnen bij wijze van spreken overal ‘wateren’. Toch geven ook zij de voorkeur aan een urinoir of zittoilet.
Daarom dat we duidelijk nood hebben aan openbare toiletten. Die moeten dan wel gratis zijn, gemakkelijk te bereiken en uiteraard proper.  Zo staat het ook omschreven in de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (DOD): doelstelling nr. 6 vraagt degelijke sanitaire voorzieningen voor iedereen met speciale aandacht voor kwetsbare vrouwen en meisjes.

Het kan niet zijn dat heel wat mensen minder vaak durven buiten te komen omdat ze weten dat ze ofwel terug naar huis zullen moeten ofwel zich verplicht zullen zien van iets te gaan drinken in een café. Hun deelname aan het maatschappelijk leven komt op die manier zwaar in het gedrang.

De Vrouwenraad voert daarom actie voor meer, toegankelijke, propere, gratis en veilige openbare toiletten als onderdeel van de ruimtelijke ordening in de stad/gemeente.  We zijn gestart bij de NMBS. De treinmaatschappij beschikt in haar stations doorgaans wel over toiletten, maar vaak zijn die niet toegankelijk en moet men ergens de sleutel gaan oppikken. Dat is niet het geval in de grote stations waar de toiletten in concessie gegeven zijn. Hier  moet de gebruiker jammer genoeg betalen.  Ook de hygiënische toestand laat nogal eens te wensen over.

Gisteren had Vrouwenraadvoorzitter Magda De Meyer, samen met Baharak Bashar, oprichtster van vzw Plasactie, een positief onderhoud met enkele mensen van de directie van de NMBS. Ze erkennen de problematiek en hebben zich bereid verklaard om een ‘sanitair beleidsplan’ op te stellen. Om te beginnen zal de NMBS  vanaf nu in haar tevredenheidsenquête de reizigers expliciet vragen naar hun mening over de toiletten in de stations. Op basis van de resultaten zullen zij een strategie uitstippelen. Begin 2019 zitten de NMBS, de Vrouwenraad en Plasactie opnieuw samen om een voorstel van strategische aanpak te bespreken.

 

Tewerkstellingsgraad
In 2020 moet de tewerkstellingsgraad van mannen en vrouwen 75 % bedragen volgens de strategie Europa 2020. We zien dat deze doelstelling in 2019 bij ons nog niet gehaald is en peilen naar het waarom. Meer hierover in ons dossier ‘Obstakels voor het behalen van de tewerkstellingsgraad 75% vanuit genderperspectief. Een beschrijvende kwantitatieve analyse’.

Tewerkstellingsgraad

In 2020 moet de tewerkstellingsgraad van mannen en vrouwen 75 % bedragen volgens de strategie Europa 2020. We zien dat deze doelstelling in 2019 bij ons nog niet gehaald is en peilen naar het waarom. Meer hierover in ons dossier ‘Obstakels voor het behalen van de tewerkstellingsgraad 75% vanuit genderperspectief. Een beschrijvende kwantitatieve analyse’.

Download documenten :
Obstakels behalen tewerkstellingsgraad 75%.
Verkiezingen 2019: onze memoranda staan klaar
Beste lidorganisatie Op 26 mei 2019 trekken we met z’n allen opnieuw naar de stembus voor de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen.

Op 26 mei 2019 trekken we met z’n allen opnieuw naar de stembus voor de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen. Omdat er nog werk aan de winkel is voor een goed en doeltreffend gelijkekansenbeleid stelt de Vrouwenraad hieronder haar memoranda ter beschikking voor politieke partijen, het middenveld en toekomstige ministers en parlementsleden.

Om de volledige gelijkheid v/m in de samenleving te realiseren, is het hoog tijd dat het genderperspectief meegenomen wordt in alle algemene beleidsprocessen en –maatregelen. Daarnaast moeten de overheden een doelgericht beleid ontwikkelen én uitvoeren met specifieke maatregelen naar alle vrouwen (en mannen) toe.

Een inclusief gelijkekansenbeleid vereist maatregelen op alle beleidsniveaus. Een greep uit onze punten:

  • Ministers gelijke kansen die werk maken van gendermainstreaming op Vlaams en federaal niveau,
  • 50/50 deelname v/m aan besluitvorming in de politiek, in het bedrijfsleden en bij overheidsinstanties,
  • Concrete acties om de loopbaan- en loonkloof v/m te versmallen,
  • Transitie naar een feministische economie, met onder meer maatregelen op vlak van werkbaar werk, kinderopvang, armoede en sociale zekerheid,
  • Nieuwe actieplannen gendergerelateerd geweld,
  • ...
Download documenten :
Tien punten voor een federaal gelijkekansenbeleid 2020
Tien punten Vlaams gelijkekansenbeleid
Vlaams Vrouwenraadmemorandum 2019
Federaal Vrouwenraadmemorandum uitgebreide versie 2019
Vrouwenraadmemorandum gendergerelateerd geweld 2019
Vrouwenraadmemorandum Gezondheid 2019
Vrouwenraadmemorandum Wonen 2019
Memorandum Platform Alimentatiefonds 2019 – verkiezingen 2019