Geboorteverlof van 10 naar 20 dagen
Elke werknemer heeft recht op tien dagen afwezigheid van het werk bij de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs vaderszijde vaststaat. De huidige regeling geldt voor geboorten vanaf 1 april 2009.

Geboorteverlof van 10 naar 20 dagen

Elke werknemer heeft recht op tien dagen afwezigheid van het werk bij de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs vaderszijde vaststaat. De huidige regeling geldt voor geboorten vanaf 1 april 2009. Sinds 20 mei 2011 heeft ook de meeouder, dit is de werknemer die geen wettelijke afstammingsband heeft met het pasgeboren kind van zijn partner, onder bepaalde voorwaarden op dezelfde manier als een vader, recht op tien dagen verlof wanneer de partner bevalt. In de praktijk gaat het om de lesbische partner van de werkneemster die bevalt.

De werkgever betaalt de eerste drie dagen volledig uit en voor de volgende zeven dagen krijgt de werknemer vanuit het RIZIV een uitkering waarbij het bedrag is vastgesteld op 82 % van het begrensde brutoloon. 

Het geboorteverlof moet niet in één keer opgenomen worden, het kan vanaf de dag van de bevalling tot vier maanden nadien.

De recentste gepubliceerde RIZIV-statistieken over de zeven dagen die door het ziekenfonds vergoed worden dateren van 2013. Er waren toen in België 57.774 gevallen van vaderschapsverlof en 394.920 vergoede dagen. De uitgaven bedroegen 38.875.200 euro en de gemiddelde uitkering per werknemer per vergoede dag 98,41 euro. Ter vergelijking deze gegevens over de 15 weken moederschapsrust in 2013: 78.845 beëindigde gevallen, 6.932.965 vergoede dagen, 427.789.359 euro uitgaven en een gemiddelde uitkering van 61,69 euro.

Het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen publiceerde in 2011 de resultaten van een schriftelijke bevraging van meer dan 800 jonge vaders over verschillende aspecten van vaderschapsverlof. Daaruit blijkt dat vaders langer willen kunnen thuisblijven: een vaderschapsverlof van gemiddeld genomen 22 dagen wordt door hen als ideaal naar voren geschoven.

Vaderschapsverlof bestaat in bijna alle EU-28 lidstaten maar de duur en de compensatie varieert aanzienlijk. Vandaar:

De Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad verplicht vaderschapsverlof (verlof voor vaders of, mits en zover erkend in het nationale recht, voor gelijkwaardige tweede ouders, ter gelegenheid van de geboorte van een kind met het oog op zorgverlening) in elke lidstaat. Het vaderschapsverlof moet rond het tijdstip van de geboorte van het kind worden opgenomen en moet duidelijk aan de geboorte gekoppeld zijn met het oog op het verstrekken van zorg. De lidstaten kunnen ook vaderschapsverlof toekennen in geval van een doodgeboorte. Elke lidstaat moet zelf bepalen of een deel van het vaderschapsverlof vóór de geboorte van het kind kan worden opgenomen of dat het volledig daarna moet worden opgenomen. Ook moeten de lidstaten de termijn bepalen waarbinnen vaderschapsverlof moet worden opgenomen en aangeven of en onder welke voorwaarden vaderschapsverlof deeltijds, in afwisselende perioden van bijvoorbeeld een aantal achtereenvolgende verlofdagen onderbroken door perioden van werk, of op andere flexibele manieren kan worden opgenomen. De lidstaten kunnen nader bepalen of vaderschapsverlof wordt uitgedrukt in werkdagen, weken of andere tijdseenheden, rekening houdend met het feit dat tien werkdagen overeenkomen met twee kalenderweken. Om rekening te houden met de verschillen tussen de lidstaten, moet het recht op vaderschapsverlof worden toegekend ongeacht de burgerlijke staat of gezinssituatie volgens het nationale recht. Het recht op vaderschapsverlof wordt niet afhankelijk gesteld van een werk- of anciënniteitsperiode. De lidstaten moeten ook een betalings- of uitkeringsniveau vaststellen voor de minimumperiode van vaderschapsverlof dat minstens even hoog is als de nationale uitkering bij ziekte. Aangezien het doel van vaderschapsverlof en moederschapsverlof hetzelfde is, namelijk het creëren van een band tussen de ouder en het kind, worden de lidstaten aangemoedigd om voor vaderschapsverlof te voorzien in een betaling of uitkering dat gelijk is aan de betaling of uitkering waarin op nationaal niveau voor moederschapsverlof is voorzien.

 Wij vragen al geruime tijd de uitbreiding van het geboorteverlof van tien naar twintig dagen aan 100% betaald en volledig gelijkgesteld. 

 


Terug naar zoekresultaten