Hoog contrast NL FR EN
nederlandstalige Vrouwenraad vzw
Home
ID
Persberichten
Standpunten
Dossiers
Publicaties
Prikbord
Agenda
Gelijkekansenbeleid
Fotogalerij
Nieuwsbrief

Nederlandstalige
Vrouwenraad
Middaglijnstraat 10
1210 Brussel
t: +32 (0)2/229 38 18-19
f: +32 (0)2/229 38 66
info@vrouwenraad.be
 
Links Sitemap Contact  
 
 
 
U bevindt zich hier: Prikbord < 2010 < Radhika Coomaraswamy was te gast in Brussel    
 
bloem
 

Radhika Coomaraswamy was te gast in Brussel


Op 1 februari was Radhika Coomaraswamy, Bijzonder VN-Gezant voor kinderen in oorlog, op uitnodiging van o.a. de Vrouwenraad te gast op een rondetafel in Brussel

 

Radhika Coomaraswamy is een gekend Srilankees mensenrechtenactivist en bekleedt al jaren diverse ambten binnen de Verenigde Naties. Van 1994 tot 2003 was ze Speciaal Rapporteur voor geweld op vrouwen. Vandaag bekleedt ze de functie van onder-secretaris-generaal van de Verenigde Naties en sinds 2006 die van Speciaal Vertegenwoordiger voor kinderen in gewapende conflicten.Zij brengt rechtstreeks verslag uit bij Ban Ki-moon.

 

Coomaraswamy was in ons land ter gelegenheid van haar eredoctoraat aan de KULeuven. Tussendoor gaf ze nog enkele lezingen, waarvan één gezamenlijk georganiseerd werd door de Nederlandstalige Vrouwenraad (vertegenwoordigd door voorzitter prof. dr. Katlijn Malfliet), de Vereniging voor de Verenigde Naties en het Leuven Center for Global Studies in samenwerking met het Belgisch Actieplatform 1325 en UNRIC, het regionaal informatiecentrum van de VN.

 

In haar uiteenzetting had Coomaraswamy het vooral over de problematiek van de kindsoldaten, maar ook geweld op meisjes en vrouwen en de rol van vrouwen in oorlog en vrede kwamen kort ter sprake. "Oorlogsgeweld is van alle tijden. De vorm is echter onderhevig aan verandering. Vandaag worden vooral ook burgers betrokken bij het oorlogsgeweld. We zien hoe kinderen nu gebruikt worden als zelfmoordcommando's en hoe het seksueel geweld op vrouwen en kinderen toeneemt, een fenomeen dat nog versterkt wordt door de straffeloosheid", stelde Coomaraswamy. Dit seksueel geweld treft vooral meisjes (98 %), maar ook jongens (2 %) worden hiervan het slachtoffer. Coomaraswamy haalde in dit verband het voorbeeld aan van de 'dancing boys', die ook seksueel misbruikt worden door de taliban in Afghanistan.

 

De bestrijding van het fenomeen is complex en de oplossingen liggen niet voor de hand. Toch is de strijd niet hopeloos en is er een zekere vooruitgang merkbaar. We hebben nu richtlijnen en internationale juridische instrumenten om deze praktijken te beoordelen. De aandacht van de VN-Veiligheidsraad voor de problematiek beïnvloedt de gedragingen op het terrein. Sommige rebellenleiders gaan er immers vanuit dat ze later hun land zullen vertegenwoordigen in de VN en dus denken ze al eens tweemaal na, aldus Coomaraswamy.

 

Radhika Coomaraswamy was altijd al en is nog steeds, ook buiten haar hoedanigheid als VN-gezant, een sterk pleitbezorger  van vrouwen- en kinderrechten.

In haar lezing legde ze de nadruk op wat de 'Machel Review' genoemd wordt, een herziening van het VN-rapport over kindsoldaten uit 1996 van Graça Machel. Dankzij dat rapport kwam het item 'kindsoldaten en geweld op kinderen in oorlog' hoog op de VN-agenda en werden er diverse instrumenten ontwikkeld om het probleem aan te pakken, waaronder richtlijnen die een wettelijk kader bieden voor vervolging door het Internationaal Strafhof.

 

De Veiligheidsraad brengt jaarlijks een rapport uit over kinderen in gewapende conflicten en stelt lijsten samen van staten en groepen die kinderen rekruteren en/of seksueel misbruiken. De betrokkenen worden hierover op het terrein aangesproken. Het feit dat ze op de 'lijst' staan maakt dat ze soms de kinderen vrijlaten en overdragen aan de VN, aldus Coomaraswamy.

 

De uitdagingen liggen vandaag vooral op het vlak van preventie, implementatie, bestrijding van de straffeloosheid en zorg voor de re-integratie van de slachtoffers. De inperking van de handel in lichte wapens, de toepassing van de Paris Principles (d.i. familie en gemeenschap bij het overleg betrekken), de integratie van een genderperspectief in dit beleid en de naleving van de vier Geneefse Conventies vormen de grote uitdagingen. Het oorlogsrecht gaat eigenlijk uit van een 'ideaal soort oorlog', met respect voor rechten en duidelijk afgebakende strijdende partijen.

De meeste oorlogen vandaag zijn echter intrastatelijke gewapende conflicten waarbij de scheiding tussen burgers en soldaten soms compleet verwaterd is. Gewapende conflicten en crimineel geweld lopen door elkaar. Dezelfde groepen treden soms op als 'vrijheidsstrijders' maar zijn tegelijk ook 'gewone criminele bendes' die stelen, illegaal grondstoffen en goederen verhandelen, verkrachten... met als gevolg bruut en seksueel geweld op kinderen en vrouwen. Ook terrorisme en antiterrorisme zijn nieuwe fenomenen die kinderen slachtofferen. Terroristische groeperingen zetten hen in als 'suicide bombers'. Scholen worden aangevallen. De antiterrorismebeweging sluit ook kinderen op in gevangenissen zonder enige vorm van proces. Coomaraswamy verwijst in dit verband naar verschillende minderjarigen die opgesloten werden in Guantanamo.

 

In haar tussenkomst wees Vrouwenraadvoorzitter Malfliet op de implementatie van het genderperspectief in de problematiek van de kindsoldaten. Ze verwees hierbij naar het pionierswerk van de Vrouwenraad m.b.t. de sensibilisering voor meisjessoldaten. Coomaraswamy bevestigde het belang van de integratie van een genderperspectief in de analyse en programma's: vele kindsoldaten zijn meisjes en zij zijn het slachtoffer van seksueel geweld, maar zij zijn ook soldaten die alle mogelijke strijdersrollen vervullen. Het is belangrijk dit zichtbaar te maken, zelfs als dit betekent dat ze daardoor meer blootstaan aan vervolging. Ze wees in dit verband ook op het belang van de betrokkenheid van de lokale gemeenschappen, m.i.v. de vrouwen. Wanneer bijvoorbeeld de bouw van een meisjesschool gepland wordt, is het raadzaam dat te doen in overleg en met toestemming van de gemeenschap. Die zal dan de school en haar leerlingen beschermen. Meisjes en vrouwen moeten ook aangemoedigd worden om gerechtigheid te eisen. Maar om dit te kunnen doen moeten ze voldoende ondersteund en begeleid worden. Empowerment en steun voor hun organisatie is hier de boodschap. Resolutie 1325 en de bijbehorende resoluties 1820,1888 en 1889 kunnen een verdere ondersteuning betekenen.

 

Op de publieksvraag waar en hoe vrouwen het verschil maken bij oorlog en vrede en wat het belang is van de vrouwenorganisaties hierbij, antwoordde de onder-secretaris-generaal dat vrouwen zonder twijfel wel degelijk een verschil maken, omdat ze doorgaans meer vredegericht zijn dan mannen. Er is ook een belangrijke rol weggelegd voor vrouwenorganisaties en vredesgroepen van vrouwen. Maar die moeten dan wel voldoende ondersteund worden, wat nu niet het geval is, dixit Coomaraswamy.

 

Meer info?

Radhika Coomaraswamy

de 'Machel review'

de 'Paris Principles'

infodossier Vrouwenraad over kindsoldaten (pdf)

website 'Vrouwenkracht is vredesmacht'


print