Hoog contrast NL FR EN
nederlandstalige Vrouwenraad vzw
Home
ID
Missie en visie
Historiek
Leden
Bestuur
Medewerkers
Persberichten
Standpunten
Dossiers
Publicaties
Prikbord
Agenda
Gelijkekansenbeleid
Fotogalerij
Nieuwsbrief

Nederlandstalige
Vrouwenraad
Middaglijnstraat 10
1210 Brussel
t: +32 (0)2/229 38 18-19
f: +32 (0)2/229 38 66
info@vrouwenraad.be
 
Links Sitemap Contact  
 
 
 
U bevindt zich hier: ID < Historiek    
 
bloem
 

Historiek


Marie Popelin
De eerste feministische organisatie in België werd in 1892 opgericht onder de naam La Ligue du Droit des Femmes. Directe aanleiding was de zogenaamde affaire-Popelin, waarbij aan de lerares en juriste
Marie Popelin de inschrijving als advocate aan de balie geweigerd werd. Marie Popelin, Louis Franck (advocaat) en Isala Van Diest (de eerste vrouwelijke arts) waren de voornaamste bezielers van de Ligue.


Marie Popelin was ook zeer actief in de internationale feministische beweging. In 1897 organiseerde ze het Internationaal Feministisch Congres te Brussel. Het was daar dat de afgevaardigden van de Internationale Vrouwenraad de Belgische vrouwen opriepen om hun krachten te bundelen in een nationaal overlegorgaan.

 

Een eerste poging in die richting werd gedaan in 1902 door de oprichting van L' Union Féministe Belge die over de politieke en filosofische strekkingen heen een gemeenschappelijk front van vrouwenorganisaties trachtte te zijn. Deze Union kende echter weinig succes en verdween al vlug.


Conseil National des Femmes Belges - De Nationale Vrouwenraad van België
In 1905 slaagde Marie Popelin er eindelijk in verschillende Belgische feministische strekkingen samen te brengen in één organisatie: de Conseil National des Femmes Belges/Nationale Vrouwenraad van België. Deze bestond uit La Ligue du Droit des Femmes, L' Union des Femmes Belges contre l' alcoolisme en La Société Belge pour l' amélioration du sort de la femme.

In zijn beginjaren was de CNFB hoofdzakelijk een koepel van burgerlijke feministische groeperingen. Dit waren vrouwen vooral afkomstig uit het Brusselse (Franstalig) hoofdstedelijke milieu, die zich wilden inzetten voor de rechten van de vrouw zonder openlijk tot een partijpolitieke of ideologische strekking toe te treden.

Na verloop van tijd gingen echter steeds meer Vlaamse vrouwen en Vlaamse verenigingen deelnemen aan de activiteiten van de CNFB. In 1974 vertaalde deze groeiende Vlaamse aanwezigheid zich in een nieuwe structuur. De CNFB bleef nationaal maar werd opgesplitst in twee onderafdelingen: de Nationale Vrouwenraad van België - Nederlandstalige afdeling en de Conseil National des Femmes Belges - branche francophone.

Pas in de jaren '60 en '70 zou de Vrouwenraad uitgroeien tot een werkelijk pluralistische koepel van Belgische vrouwenverenigingen, vooral toen ook de grote socialistische en katholieke vrouwenbewegingen zich aansloten.

De Nationale Vrouwenraad van België - Nederlandstalige afdeling
De Nederlandstalige afdeling kreeg 20.000 frank 'startgeld' van de CNFB, maar kampte van bij het begin met financiële moeilijkheden, ook vanwege het lager aantal leden van de Vlaamse afdeling. Lily Boeykens, de eerste voorzitster van de Nederlandstalige afdeling, moest zelfs de leden verzoeken om renteloze leningen te verstrekken. Het werd al snel duidelijk dat er zou moeten uitgekeken worden naar subsidies. Het pluralistische en nog altijd Belgische unitaire karakter van de NVB zorgde er echter voor dat deze buiten de geijkte subsidiekanalen viel. Bovendien besefte men vlug dat alleen in een onafhankelijke Vlaamse Vrouwenraad de Vlamingen zich actief zouden inzetten voor de vrouwenemancipatie.

Er volgden verschillende jaren waarin werd nagedacht over nieuwe structuren. De statuten werden in etappes aangepast tot in 1979 de twee raden zelfstandige organisaties werden.

Lily Boeykens zou haar functie van voorzitster van de Nederlandstalige afdeling 20 jaar lang met hart en ziel vervullen. Het is dankzij haar grote inzet dat de Vrouwenraad is uitgegroeid tot een koepel. Bovendien legde zij contacten met de Commissie Status van de Vrouw van de Verenigde Naties en met de Commissie Rechten van de Vrouw van het Europees parlement. Deze internationale invalshoek weerspiegelt zich nog steeds in de werking van de Vrouwenraad.


Nederlandstalige Vrouwenraad


In 1992 werd de naam 'Nationale Vrouwenraad' veranderd in 'Nederlandstalige Nationale Vrouwenraad' (NVR).
In datzelfde jaar nam Mieke Van Haegendoren het roer over van Lily Boeykens. Zij werkte verder aan de structurele uitbouw van de Vrouwenraad. Het aantal aangesloten verenigingen verdubbelde van 20 naar 40. Mieke Van Haegendoren introduceerde bovendien de wetenschappelijke invalshoek (o.a. Vrouwenstudies) in de Vrouwenraad. De standpunten werden gefundeerde dossiers.


In 1996 was er nog een naamsverandering: 'Nederlandstalige Vrouwenraad' , korter en duidelijker.

 


In 1999 werd Mieke Van Haegendoren opgevolgd door Francy Van der Wildt. De samenwerking met de andere gelijkekansendoelgroepen werd verstevigd. De Vrouwenraad richtte zijn blik nu ook naar andere middenveldorganisaties met de bedoeling het gendermainstreamingsbeginsel daar ingang te doen vinden. Voorzitster Van der Wildt streefde naar verjonging en verbreding, zowel onder de aangesloten verenigingen als in het bestuur en de staf. Diverse (allochtone) vrouwenverenigingen sloten zich aan. Onder haar voorzitterschap werd de viering van 100 jaar Vrouwenraad in 2005 een grandioos succes.  

 

In december 2008 duidt de Algemene vergadering een nieuwe voorzitster aan: Katlijn Malfliet, gewoon hoogleraar aan de KULeuven, leidt vanaf nu de Vrouwenraad vzw.

 


print