|
Kieshervorming: een gemiste kans!
25 september 2002
Gisteren keurde de Kamer de federale kieshervorming goed. Voor de Vrouwenraad is dit eens te meer een gemiste kans voor de (paritaire) democratie. Bij deze hervorming wordt geen aandacht besteedt aan de effecten ervan op de evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan de politieke besluitvorming.
Het gaat de Vrouwenraad niet om het sleutelen aan de kieswetgeving en andere institutionele mechanismen omwille van het eigenbelang van de een of andere partij maar omwille van het rechtvaardigheidsprincipe dat de enige juiste democratie een representatieve democratie is waarin mannen en vrouwen een evenredige vertegenwoordiging kennen. Laat ons duidelijk zijn: vrouwen zijn geen minderheidsgroep die moet beschermd worden. Vrouwen zijn de facto de helft van de samenleving.
Wij willen het hier hebben over de uitgangspunten van onze democratie zelf. Een democratie die rekening houdt met mannen én vrouwen. Het feit dat onze Belgische constitutionele democratie oog heeft voor de 'bonte' burger is eigenlijk niet nieuw. Onze democratie houdt van oudsher al rekening met burgers die behoren tot een pluraliteit van sociale groepen: Walen, Vlamingen, katholieken, niet-katholieken, liberalen en socialisten om het bij de traditionele breuklijnen te houden. De Belgische invulling van burgerschap opent vanzelf mogelijkheden voor de introductie van het begrip 'paritaire democratie' of de evenwichtige deelname van vrouwen en mannen aan de politieke besluitvorming.
De voorstanders van paritaire democratie vertrekken vanuit de vragen: waarover gaat het in de politiek? En wie is de burger? In plaats van uit te gaan van een abstracte universele burger, willen zij vertrekken vanuit de vaststelling dat er vrouwelijke burgers en mannelijke burgers zijn. Men kan natuurlijk meteen opwerpen dat er ook allochtonen zijn, mensen met een handicap, holebi's, enz.. Welnu, de mensheid, dus ook alle doelgroepen, bestaat uit mannen en vrouwen. Ze zijn bij wijze van spreken de basiscomponenten van de mensheid. Bovendien zijn vrouwen geen minderheidsgroep maar zijn ze in de meerderheid. Bij de voorstanders van paritaire democratie is de burger dus ofwel vrouwelijk ofwel mannelijk. Willen wij vanuit dit discours opnieuw het verschil in plaats van de gelijkheid benadrukken? In zekere zin. Maar in tegenstelling tot de 19de eeuw waar men het verschil tussen mannen en vrouwen benadrukte om vrouwen uit te sluiten, benadrukt de hedendaagse feminist het verschil om gelijkheid te bekomen. Dit betekent dat de expliciete erkenning van de seksen tot een nieuwe invulling van het gelijkheidsbegrip leidt. In plaats van discriminatie tussen formeel gelijksoortige individuen te verbieden (het vroegere gelijkheidsprincipe: alle burgers zijn gelijk), vertrekt men nu eigenlijk van een omgedraaide logica: tussen de facto ongelijke mannen en vrouwen moet gelijkheid gerealiseerd worden. Gelijkheid in resultaten is dus het adagio van de paritaire democraten. Maar waarom deze lange inleiding? Om aan te tonen dat wanneer men uitgaat van een gelijkheidsprincipe dat stelt dat alle burgers vanzelfsprekend gelijk zijn (de cijfers over het aantal vrouwelijke burgemeesters spreken boekdelen: 7,4 %) men voorbijgaat aan de ingebakken verschillen in de samenleving en de daaruit voortvloeiende ongelijkheden. Maatregelen die uitgaan van het feit dat iedereen gelijk is - zoals bv. bij de maatregelen rond loopbaankrediet - bestendigen of verstevigen de heersende ongelijkheden.
Het normatieve waarom Wij beseffen dat wij ons op glad ijs begeven maar wie normen wil doorbreken staat voor deze uitdaging! Het vrouwelijke tekort in de politieke besluitvorming (het zogenaamde democratisch deficit) heeft meerdere redenen. Wij vermelden hier de twee belangrijkste.
Er klopt iets niet met de fundering van het democratisch systeem1. Ons bestel vertrekt van een abstracte definitie van de burgers en van hun onderlinge gelijkheid. De wetgever had oorspronkelijk enkel mannen en hun levenssituatie voor ogen. Terwijl vrouwen niet dezelfde politieke, economische en sociale rechten hadden als mannen. Vrouwen hebben - niet zonder moeite - meer rechten verworven, maar de oorspronkelijke definitie van de burger werd nooit gewijzigd. Vrouwen werden dus letterlijk 'ingepast' in het heersende systeem dat officieel neutraal maar eigenlijk op mannenmaat ontworpen was. Uit de expliciete erkenning dat burgers zowel mannen als vrouwen zijn vloeit automatisch de eis voor een gelijke aanwezigheid van vrouwen en mannen in alle organen van de politieke besluitvorming voort. Voorstanders van paritaire democratie willen dus met andere woorden geen gezanik meer over legitimerende argumenten waarom er meer vrouwen aan de politiek moeten deelnemen, zoals de zogenaamde meerwaarde van politica's of de eigen behoeften en belangen van vrouwen. Neen, zij stellen de principes die ten grondslag liggen aan de huidige representatieve democratie in vraag en formuleren er een alternatief voor. Het principe van de paritaire democratie (beide seksen nemen in gelijke mate deel aan de politieke besluitvorming) krijgt een andere politieke vertaling dan het vroegere gelijkheidsbeginsel dat uitging van de gelijke burger. Pariteit vertrekt vanuit een gelijke deelname, punt uit. Een mogelijke vertaling hiervan in het kiesstelsel zou kunnen zijn dat men kandidaten paarsgewijs laat verkiezen (dus niet stemmen voor een mannelijke of vrouwelijke kandidaat maar effectief voor twee kandidaten van verschillende sekse). Dit systeem is recent voorgesteld in Frankrijk en Schotland. Tussen wetten en uitvoering liggen veel praktische bezwaren. Voor de executieven kunnen gemakkelijker bepalingen opgelegd worden omdat de verkiezing minder afhankelijk is van verkiezingsuitslagen. De momenteel voorgestelde excuus-Truus illustreert volkomen dat het paritair denken nog niet ingekapseld is in het hoofd van de wetgever.
De tweede belangrijke reden voor het tekort aan vrouwen in de politiek ligt buiten de beginselen van ons politiek bestel, maar is daarom niet minder fundamenteel: het nog steeds veel voorkomende kostwinnersmodel. Hiermee bedoelen we dat mannen gaan werken en dat vrouwen zorgen voor het huishouden. Zelfs met de huidige tweeverdieners zien we dat het kostwinnersmodel nog steeds 'kicking and alive' is, zij het in gematigder vorm: vrouwen werken deeltijds of nemen loopbaanonderbreking, mannen werken hoofdzakelijk voltijds en nemen tijdskrediet om zich bij te scholen of een bijberoep te starten. De Vrouwenraad stelt dan ook in zijn visietekst over arbeid en gezin een nieuw sociaal contract voor: mannen moeten meer gaan zorgen en vrouwen moeten meer betaalde arbeid verrichten. Pas wanneer een dergelijk sociaal contract geïnstalleerd is met alle ondersteunende maatregelen vandien, zullen we kunnen gewagen van een politiek bestel op mensenmaat m.a.w. een politiek systeem dat rekening houdt met de leefwereld van zowel mannen als vrouwen. Wij willen de kieshervorming aangrijpen om enkele visionaire oplossingen te poneren omdat we vinden dat hervormingen niet mogen dienen om oude wijn in nieuwe zakken te verkopen. Toch nog even dit: omdat we geen vijfhonderd jaar meer willen wachten - sleutelen aan maatschappelijke veranderingen duurt namelijk lang - blijven quota noodzakelijk als duwtje in de rug op weg naar de paritaire democratie.
1Deze stellingname steunt hoofdzakelijk op het wetenschappelijk denkwerk van Petra Meier die verbonden is aan de vakgroep Politieke Wetenschappen en aan het Centrum voor Vrouwenstudies aan de Vrije Universiteit Brussel.

|