Hoog contrast NL FR EN
nederlandstalige Vrouwenraad vzw
Home
ID
Persberichten
Standpunten
Dossiers
Publicaties
Prikbord
Agenda
Gelijkekansenbeleid
Fotogalerij
Nieuwsbrief

Nederlandstalige
Vrouwenraad
Middaglijnstraat 10
1210 Brussel
t: +32 (0)2/229 38 18-19
f: +32 (0)2/229 38 66
info@vrouwenraad.be
 
Links Sitemap Contact  
 
 
 
U bevindt zich hier: Persberichten < Staten-Generaal van het Gezin: waar blijft het geïntegreerd gezinsbeleid?!    
 
bloem
 

Staten-Generaal van het Gezin: waar blijft het geïntegreerd gezinsbeleid?!


28 april 2004

 

Het gezinsbeleid wordt al sinds jaar en dag bepaald door maatregelen in heel wat rechtsgebieden, zowel op federaal als op vlaams niveau. De Vrouwenraad vindt dat de federale gezinsmaatregelen op vlak van arbeid en tewerkstelling, fiscaliteit, sociale zekerheid, burgerlijk recht niet gestroomlijnd, niet 'geïntegreerd' zijn. Ze houden bovendien heel wat indirecte discriminaties in stand. Er komen er zelfs nieuwe bij!.

 

Wij waren dan ook zeer tevreden met de aanstelling van een staatssecretaris voor de Gezinnen, mevrouw Isabelle Simonis, een functie die de vorige legislaturen niet nodig achtten. Toen mevrouw Simonis eind 2003 het initiatief nam voor een Staten-Generaal van het Gezin (SGG) leek voor ons de stap naar een geïntegreerd gezinsbeleid gezet. Zulk beleid betekent dat de gezinsmaatregelen coherent moeten zijn, dat de neuzen in dezelfde richting moeten staan. Dat kan alleen maar als de overheid een duidelijke politieke keuze maakt, die weerspiegeld wordt in alle beleidsdomeinen. Dit is echter niet het geval.

 

De Vrouwenraad heeft, net als zijn Franstalige zusterorganisaties, wel zo'n politieke keuze gemaakt. Een rechtvaardige en paritaire democratie is hierbij ons uitgangspunt. Principes of waarden van gelijkheid (m/v), verantwoordelijkheid, solidariteit, vrijheid en duurzaamheid dienen op een evenwichtige manier toegepast in alle beleidsmaatregelen dus ook in het gezinsbeleid. Verder betekent dit een gelijke deelname m/v aan de (politieke) belsuitvorming.

 

Hoe zien wij dan een geïntegreerd gezinsbeleid vanuit onze politieke keuze?
Wij gaan uit van het zogenaamde combinatiemodel. Dat model houdt een evenwichtige taakverdeling tussen vrouwen en mannen in, zowel in de beroeps- als in de gezinsarbeid.

 

Concreet betekent dit:

  • dat alle afgestudeerde jongeren toetreden tot de arbeidsmarkt, zodanig dat ze individuele rechten opbouwen en economisch zelfstandig zijn;
  • een algemene arbeidsduurvermindering (bv. een werkweek van 32 uur). Deze 'volwaardige' beroepsarbeid kan dan nog gecombineerd worden met tijdskrediet en thematische verloven (zoals het palliatief verlof).

In dit model zitten bovengenoemde principes op een evenwichtige manier vervat: gelijkheid via gelijke uitkeringen in de sociale zekerheid; solidariteit en verantwoordelijkheid via bijdragen van iedereen; duurzaamheid via de vergroting van het financieel draagvlak, vrijheid via de mogelijkheden van tijdskrediet en dergelijke.

 

Tot nu toe kunnen we eigenlijk niet spreken van een geïntegreerd gezinsbeleid. Er werd nu eens gesleuteld aan het tewerkstellingsbeleid, dan weer aan de inkomstenbelasting of aan de sociale zekerheid.
Toch zien we dat het gezinsbeleid van de laatste decennia rekening houdt met het combinatiemodel. We denken dan aan maatregelen voor tweeverdieners in het tewerkstellingsbeleid (loopbaanonderbreking, tijdskrediet, PWA's en dienstencheques), in de sociale zekerheid (de individuele rechten, moederschaps-, vaderschaps- en ouderschapsverlof), in de inkomstenbelasting (de decumul, ...), de kinderopvang.

 

Maar heel wat van de genomen maatregelen hebben het kostwinnersmodel als basis. Wij noemen dit de kostwinnersfaciliteiten die voortspruiten uit het stabiele gezin met de man als kostwinner en 'gezinshoofd' en de vrouw als huishoudster. De eenverdieners/kostwinnersgezinnen maken hier gebruik van. Het gaat voornamelijk om de afgeleide rechten en de gezinsgemoduleerde uitkeringen in de soicale zekerheid en het huwelijksquotiënt in de inkomstenbelasting.

 

De Vrouwenraad en andere vrouwenorganisaties hebben deze kostwinnersfaciliteiten uitvoerig geanalyseerd.
Conclusie: deze faciliteiten brengen indirecte discriminaties teweeg! Niet alleen tussen mannen en vrouwen maar ook tussen beroepsactieve en niet beroepsactieve vrouwen, tussen gehuwden en samenwoners. Kortom, tussen de verschillende gezinsvormen. Het principe van de gelijkheid staat daardoor nogal op een laag pitje.

 

Dit hebben we ook vastgesteld tijdens de discussies in de werkgroepen van de Staten-Generaal van het Gezin. Wij namen deel aan de werkgroepen: combinatie arbeid en gezin, sociale zekerheid, fiscaliteit en burgerlijk recht. Ook Franstalige vrouwenorganisaties waren goed vertegenwoordigd. Ze trekken eveneens al jaren de kaart van de paritaire democratie en het combinatiemodel.
De vakbonden waren eerder bezorgd om de toekomstige beschikbaarheid van financiële middelen en stelden prioriteiten voor bepaalde sectoren.
De Gezinsbond verdedigde een beleid voor alle gezinsvormen maar dan vanuit de vrije keuze (al dan niet beroepsactief zijn).
In feite zijn er drie strekkingen die volgens ons evenveel wegen aangezien ze alledrie honderdduizenden leden vertegenwoordigen.

 

De bal ligt nu in het kamp van de overheid. We hopen dat deze SGG geen eindpunt is maar een nieuw begin om de violen toch nog op elkaar af te stemmen, uiteraard met een rechtvaaridge democratie in ons achterhoofd.


print